donderdag 7 september 2017

 Dinsdag 5 september: Pittsburgh (PA)

De plannen werden tijdens het ontbijt, een heerlijke volgranen bagel met cream cheese uit de Starbucks, aangepast naar de essentie: outlet shoppen ;). Het Big Mac Museum leek leuk in theorie, maar echt een noodzaak leek het ons niet.

Pittsburgh blijkt voor ons een heel goedkope stad te zijn: nadat we het hotel al voor een prikje hadden kunnen boeken, en de haast verplichte valet parking van 36$ plus taks en fooien hadden overgeslagen (het nut ontgaat ons soms: je hebt geen controle over wanneer je naar je auto gaat, en de parkeergarage was gewoon de straat oversteken), bleek er een fout met de betaalautomaat, waardoor we helemaal gratis hebben geparkeerd de eerste nacht. Daar was ik zodanig blij mee dat David het schattig vond J. Ook in de parking zelf blijkt dat de valet parkeerders de parking regeren: ze parkeren overal dubbel met de auto’s van anderen en blokkeren zo hele rijen auto’s, zetten kegels om de weg te blokkeren, zodat ze mensen die zelf willen parkeren het leven gewoon zuur maken. Van zoveel territoriumdrang wordt David een beetje boos, hij stapte kordaat uit om een aantal kegels te reorganiseren zodat ik deftig de parking kon uitrijden.  We hebben niets tegen valet parking, maar ze moeten je wel eerlijk de keuze laten.

Het was ongeveer 45 minuten rijden naar de outlet. David heeft 2 t-shirts gekocht, ik heb me meer laten gaan ;). Heel blij met alle aankopen! Na het shoppen stopten we nog even bij de Dunkin’, voor elk onze eigen favoriete donut, én een nieuwe ontdekking: lekkere muntthee.

Vanavond stond baseball op het programma. We besloten wat rond te hangen in de lobby van het hotel, waar de WiFi gratis was, en een broodje te eten in de Starbucks. Om 18u gingen we richting het PNC stadium. We waren mooi op tijd, het was 20 minuten wandelen van het hotel.

De plaatsen waren geweldig, op een rij of tien recht voor de thuisplaat. Zoals zo vaak bij baseball zat het stadium op het zicht voor meer dan de helft leeg, en hadden we vrij zicht. Het verplichte volkslied voor de start, voor de gelegenheid indrukwekkend a capella gebracht door een kwartet, deed zelfs als niet-Amerikaan naar je hart grijpen. En dan begon het baseball. Het begon onmiddellijk niet slecht, maar de Pirates stonden al gauw 3-2 achter, ook al scoorden ze een home run in de 2de inning. Daarna gebeurde er wel af en toe wat, maar werd er niet gescoord. In die pauzes gingen we hot dogs halen, en omdat ze zo lekker waren, nam David er nog eentje. Van alle troep die er verkocht werd, was het nog de beste optie ;).

Na een uur kwam er een kerel achter ons zitten die zichzelf ontzettend interessant vond, en met een vreselijk nasale stem geen moment zijn kwebbel hield. Hij wist het allemaal beter, de tactiek was slecht, welke spelers hun geld niet waard waren, dat de Pirates alleen maar slechter worden met de jaren,… Als je hem zo hoorde, zou je hem onmiddellijk een contract aanbieden bij de coaching ;). Zijn 3 compagnons lieten hem maar ratelen, en op den duur raakten wij er ook aan gewoon. Soms kwam je nog eens iets interessants te weten: van elke speler leek hij het jaarsalaris te kennen (of het snel te kunnen googelen), dus werd hij ook voor ons wel interessant.



Na 2u15 spel, met af en toe eens wat opschudding, begon het pas echt in de voorlaatste inning: ineens deed de coach iets tactisch (geen idee wat precies), wat op boegeroep werd onthaald, maar het was wel effectief. Ze scoorden en kwamen 4-2 voor. De laatste inning was de interessantste die ik tot nu toe al in baseball heb gezien: de werper van de Pirates gooide in zijn eentje in geen tijd 2 man  rechtstreeks uit van de Cubs, en de derde zo goed als rechtstreeks. Het stadion uit zijn dak, want daardoor was het spel afgelopen en won de thuisploeg!

dinsdag 5 september 2017

Maandag 4 september: Skyland (Shenandoah – VA) – Pittsburg (PA)

Labor day! Een van de weinige feestdagen in de VS, en blijkbaar een belangrijke dag, ook al merk je daar als toerist amper wat van. Alles is gewoon open, zoals alle andere dagen van het jaar.

Vandaag was een zeer diverse dag. We hadden een beetje van alles, natuur, cultuur én stad. We begonnen met natuur, want daar zaten we tenslotte nog in. Na een verkwikkende nacht in onze overjaarse cabin (de op één na duurste overnachting van de reis, de duurste was die in de vergane glorie van de Golden Nugget in Atlantic City) gingen we om 8u op weg naar de laatste wandeling in Shenandoah. David grabbelde nog snel een overheerlijke muffin mee van de coffee shop naast de incheckbalie, ik nam een proteïnereep. Om 8u30 kwamen we aan bij Bearfence Mountain, voor de Bearfence Mountain loop trail van een dikke mijl. Het was een tip van Louisa en Valerie, zelf zouden we het uitkijkpunt en de wandeling volledig gemist hebben.

Het leek een leuke wandeling, de eerste helft was via rotsen jezelf omhoog klauteren naar een uitkijkpunt. Het begon wat flauw, maar dat was maar een opwarming. Na een formatie of 2 begon het echt, en was het met momenten uitkijken waar je je handen en voeten zou plaatsen. Geweldig!! Omdat het zo vroeg op de ochtend was, hadden we dat stuk van de wandeling ook volledig voor ons alleen, daarom alleen al was het leuk om deze tot vandaag te bewaren. Halverwege het rotspad had je de beloning: een 360° zicht op de omgeving. Dat was een machtig zicht, eindelijk, voor het eerst in het park hadden we een onbelemmerd zicht, en hadden we het gevoel op een top te staan. Daar namen we even de tijd van het uitzicht te genieten en het in ons op te nemen. De rust was ongelooflijk. Tot we ineens een schelle Amerikaanse stem ergens beneden ons hoorden, maar dat gaan we wissen uit onze herinnering ;).





Na dit stuk ging het geleidelijk terug omlaag, tot we terug op een normaal pad uitkwamen, voor een viewpoint dat er dan weer geen was (zoals zo vaak hier belemmerd door bomen), om dan weer aan te sluiten op de Appalachian Trail, tot de parking. Een uur later stonden we terug aan de auto. Dit was werkelijk de moeite, zo blij dat we deze er nog bij hebben gedaan!

Het plan was om daarna door te rijden naar Mill Run, in Pennsylvania. Daar staat één van de meest indrukwekkende huizen van Frank Lloyd Wright, Fallingwater, en dat wou ik heel graag bezoeken. Dat bleek nog even rijden, 4u30, de GPS gaf aan dat we daar om 14u30 zouden aankomen. Er waren rondleidingen tot 16u. David vond dat nogal krap, maar ik vond het prima ;). We besloten eerder van de Skyline Drive af te gaan om tijd te winnen. Daardoor reden we niet de hele tijd in Shenandoah NP, maar op zich was het wel goed voor ons, we zouden toch niet meer stoppen. Eigenlijk was de parallelweg ook wel interessant, want dan hadden we de bergen rechts van ons, en reden we in de vallei die je vanaf de bergen kon zien. David wuifde de bergen uit, vanaf nu begint een ander aspect van onze road trip ☺.

We doorkruisten West Virginia en Maryland om uiteindelijk in Pennsylvania uit te komen. Het eerste deel was een brokkenroute: we waren ooggetuige van een pickup met oplegger die een file vormde, die op een rechter stuk plaats leek te maken voor ons en op de pechstrook leek te gaan rijden. Dat leek even zoals het hoort, tot hij wel heel veel stof begon te produceren, en dan nog in de graskant ging rijden (dat vond ik er al wat over, maar soit). Tot ik zag wat het was, dat was enkel de oplegger (een opvouwcaravan)! Na de stofwolk in het gras crashte de oplegger tegen een verkeersbord… Onmiddellijk stopten er 3 auto’s voor ons, die de brokstukken begonnen op te rapen: carrosserie, maar ook een hele batterij, het was ook een onvoorstelbaar oud ding… De 2 auto’s voor ons en ook wij zagen dat er tegen dan wel genoeg hulp was opgedoken, en we besloten door te rijden. Veel konden wij toch niet doen… Het tweede ongeval hebben we niet zien gebeuren, maar wel de mankrachten die daarvoor werden opgetrommeld: voor een ongeval met zware blikschade waren 2 ambulances en een sheriff opgetrommeld. Beide ongevallen waren zonder gewonden, gelukkig maar.

Het middagmaal namen we ergens in een Subway in een dorpje waarvan ik de naam vergeten ben, rond 12u30. David nam een footlong club, 2 keer de grootte van mijn broodje eigenlijk, met ongelooflijk veel soorten vlees op, ik nam kip (volgens David ga ik nog eens in een kieken veranderen ;)).

David nam het rijden even over, waarna ik voor een uur in slaap dommelde. Ik werd terug wakker toen het nog 40 minuten rijden was naar Fallingwater. De weg ernaartoe was een scenic drive, een fotogenieke weg met bulten. Fallingwater was niet wat we er ons hadden van voorgesteld. We hadden een verlaten plaats verwacht, waar ze blij zouden zijn eens gasten te zien. Niets was minder waar. Er waren 2 oprijlanen naar de kassa’s. De vrouw vroeg of we hadden gereserveerd voor een tour (dat hadden we niet), en keek dan bedenkelijk. Maar dan kreeg ze op haar walkie talkie te horen dat er nog 2 mensen bij konden voor de tour van 15u, en of wij de gelukkigen wilden zijn die de groep wilden vervolmaken. David twijfelde even, omdat het 33$ per persoon was, maar ik wou het heel graag zien. We waren nu helemaal tot hier gereden, de kans was klein dat we nog eens in de buurt zouden zijn, en ik had al eens Oak Park in Chicago van hem gemist, deze kans wilde ik niet laten schieten… Dus namen we de kans van de tour met veel plezier aan. Op de parking was het zoeken naar een vrije plaats, het was veel populairder dan ik me had kunnen voorstellen. We bleken effectief de tour van 15u te hebben, we hoorden tot groep 55 (!). Na 10 minuten werd onze groep omgeroepen, we hebben ongelooflijk veel geluk gehad!

We wisten niet zo goed wat we moesten verwachten van de rondleiding en van het huis, en of het wel de moeite zou zijn. Max, de gids van vandaag, was zeer gay, zeer aandoenlijk met momenten, zijn enthousiasme over de architectuur was aanstekelijk, maar je mocht niet te ver van hem weglopen, want dan werd hij kattig ;). De rondleiding startte in de living, we wisten niet waar eerst kijken. Het was prachtig in zijn stijl, alles is één met de natuur, op bepaalde plaatsen komen de rotsen ook gewoon IN het huis terug, het verticaal lijnenspel van de ruiten (wat het uitlopen van de rotsen moet voorstellen, Frank Lloyd Wright werkte in dit gebouw niet met horizontale lijnen in de vensters), de open ruimte die ongewoon was voor die tijd, de trap naar de waterval die tegelijkertijd diende als verkoeler voor de ruimte op warme dagen, overal indirecte verlichting, de meubels,… Alles was zijn tijd ver vooruit, dit is een huis van de jaren 30. Elke ruimte had zijn charme, de slaapkamers waren elk op zich anders, met elk een badkamer mét regendouche, maar telkens werd je naar buiten gezogen, wat ook kon, elke ruimte heeft zijn eigen immens terras.

Max vertelde nog meer weetjes natuurlijk: dat de hele constructie zodanig is opgebouwd dat de steunelementen in de kern van het huis zitten, waardoor de hangende structuren mogelijk zijn. Dat de plafonds laag zijn omdat Frank Lloyd Wright zelf niet van de grootste was, maar dat zijn lengte volgens hemzelf de ideale lengte voor een mens is ;). Dat de ballustrades naar de huidige standaarden de veiligheidsvoorschriften niet zouden overleven (ze waren ook eng laag), maar dat je daardoor nog meer de natuur en de waterval zag waarop het huis is gebouwd. Dat het huis 50 lekken heeft, maar dat Frank Lloyd Wright ook niet echt zijn fouten wou toegeven en sommige lekken als natuurlijke bronnen liet overkomen. Verder hebben ze een operationeel budget van 6 miljoen per jaar, waarvan een groot deel gaat naar het in stand houden van het gebouw. Er is effectief werk aan om het in stand te houden, dat zie je zo.

De familie voor wie het gebouwd was, de familie Kauffman, die een department store had in Pittsburg, liet na het optrekken van het hoofdgebouw ook nog een gastenverblijf optrekken, wat achter het huis staat. Dat was minstens even mooi, en het had ook nog eens een natuurlijk zwembad, met water dat van de hogergelegen bron in het zwembad binnenkwam, om dan verder afgeleid te worden, zodat het niet overstroomde. Vorige maand is er een stortregen geweest waardoor het water tot de 6de trede kwam van de buitentrap in het hoofdgebouw (de hoogste stand sinds 1956), en waardoor ook het zwembad overstroomde. Blijkbaar hebben ze toen veel geluk gehad, de schade had veel erger kunnen zijn.

De familie Kauffman had 1 zoon, die niet is getrouwd, maar een levensgezel had (mooi verwoord ;)). Hij besloot het huis niet te houden, maar het te schenken aan een stichting in West Pennsylvania die het nu uitbaat. Niet slecht gezien, want waarschijnlijk had hij het geld niet dit gebouw in stand te houden.

Ironisch: zoals elke bouw ging de familie Kaufman ook ver over budget voor dit huis. Het was begroot op 35.000 dollar, maar heeft uiteindelijk 150.000 dollar gekost (rond de 4 miljoen dollar vandaag)…

Het is werkelijk een prachtig bouwwerk, ik ben razend blij dat we het hebben gezien, en dat vond David ook. In de gift shop kochten we nog een boek over het huis, ik was al fan van Frank Lloyd Wright, ik ben het nu nog meer!

Vanaf Mill Run was het nog anderhalf uur rijden naar Pittsburgh. We lieten de valet parking voor wat hij was en parkeerden de auto zelf. Het hotel, de Omni William Penn, is een prachtig historisch imposant gebouw, midden in downtown. Onze eerste indruk van Pittsburg is echt positief, het centrum is compact, maar er staan een aantal prachtige historische gebouwen bij elkaar.

Voor het avondmaal gingen we op aanraden van de receptie naar Market Place. Een gezellig pleintje, waar ons oog viel op Pizzaioli. We namen Gragnano als aperitief, een sprankelende koude rode wijn, verrassend. Daarna wilde David Gnocci bestellen, maar kreeg pasta pomodori (geen erg, het was zalig), ik nam de pizza met ruccola en ham. Dit is werkelijk een van de lekkerste pizza’s die ik al heb gegeten, en dat je daarvoor naar Pittsburgh moet, is onverwacht ☺. De wijn was al even lekker, en de limoncello was huisgemaakt. De dienster was ongelooflijk vriendelijk, een vrolijk gedienstig kind was het ☺.


Morgen willen we het Big Mac Museum bezoeken, en eventueel wat shoppen. En om 19u is het tijd voor baseball, de Pittsburgh Pirates tegen de Chicago Cubs!

zondag 3 september 2017

Zondag 3 september: Harrisonburg (VA) – Skyland Resort (Shenandoah NP – VA)

Toen om 7u de wekker afging, leek het weer niet echt veel zin te hebben in verbetering. Dat was even een ontgoocheling, we wilden nu toch echt wat van het landschap zien. Maar het kan hier gelukkig snel omslaan, tegen dat we gingen ontbijten zag je de mist wegtrekken en kwam zowaar de zon tevoorschijn.

Om 8u gingen we op pad. Eerst terug naar de start van de Skyline drive onderaan Shenandoah National Park, een 45 minuten rijden. Het eerste stuk was opnieuw in de mist, de eerste uitkijkpunten waren nog grijs. Maar dan kwam ze dan toch, de zon, eindelijk, nu mocht het wel ☺.


Bij de eerste zonnige stop maakten we een foto, en namen we er eentje van 2 meisjes die van de Appalachian Trail afkwamen. Ze waren onderweg voor een 3-daagse tocht langs de trail, en gingen dus 2 nachten kamperen. Ze waren beiden arts in een ziekenhuis in Baltimore. Ze vonden onze tocht een onuitgegeven route, en vonden het wel leuk.


De volgende stop was een souvenir shop/visitor center, waar we ongelooflijk lekkere zelfgemaakte fudge met karamel en pinda’s kochten. Eigenlijk is dit een dikke ambachtelijke Snickers, zalig.

Bij Milam Gap vertrok onze hike. Deze was ongeveer 12 kilometer, en was een aaneensluiting van kleinere trails tot 1 lus, waarvan het laatste deel de Appalachian trail is. Het was even zoeken naar de start van de trail, maar die lag blijkbaar aan de overkant van de parking. Het eerste deel ging serieus omlaag (en zoals we al vreesden zouden we dit hoogteverschil natuurlijk ook terug moeten overwinnen). Het eerste deel was leuk, we moesten meerdere keren een riviertje oversteken.

Na een kilometer of 4 kwamen we aan in Rapidan Camp. Het bleek een vakantieplek te zijn van President Hoover (de 31ste president, van 1929 tot 1933). We waren net op tijd, blijkbaar, want het was er niet om gedaan, voor een rondleiding in de cabin van de president. Een vrouw van de Park Service “lokte” ons eigenlijk wat naar de cabin, want we hadden helemaal geen plannen om een rondleiding te volgen. Bij de altijd leuke vraag “Where are you guys from?” (leuk, omdat ze altijd wild enthousiast worden dat we van België zijn, dat soort bewondering zie je bijna elke keer), werd deze mevrouw (Irene volgens haar naamplaatje) wel uitzonderlijk enthousiast. Dat komt omdat Amerikanen in de geschiedenislessen blijkbaar geleerd hebben dat president Hoover een speciale band had met België. Volgens hen – en dat moet ik werkelijk opzoeken, niet dat ik het niet geloof – heeft Hoover ons “poor little Belgians” van een hongersnood gered, toen de Duitsers ons aan het eind van WOI helemaal hadden ingesloten. We wilden niet té ondankbaar overkomen, dus probeerden we niet al te verrast te reageren.

Haar man gaf de rondleiding in het huis, die net zou starten. Het was wel schattig, ze riep door de ruit: “Honey, we have 2 new people who want to join, and you will never guess where they are from!”, “Belgium!!”, “Oh waaw, what an honor!”. De man, Ed, was waarlijk vereerd nakomelingen van die beruchte hongersnood te mogen verwelkomen, dus wij konden al niets meer verkeerd doen. Hij was zo van zijn melk dat hij België graag zoveel mogelijk wou vermelden. Het was aandoenlijk lief.

In de cabin kregen we een lange uitleg over het leven van Hoover, hoe hij zijn vrouw ontmoette. Dat was op Stanford, maar meneer wou eerst nog wat de wereld rondtrekken alvorens hij wou trouwen, gelukkig dat mevrouw Hoover gewacht heeft. Dat is mijn versie, David vindt dat meneer Hoover heeft moeten wachten tot mevrouw Hoover was afgestudeerd, dus dat houden we in het midden ;). Daarna ging het verder over hoe 3 verschillende staten sportief hebben gevochten om het buitenverblijf van de president te mogen huisvesten (West Virginia, Virginia en North Carolina, met Virginia dus als winnaar). Daarna werden we in de ruimten rondgeleid, en wist hij telkens van elk meubelstuk te zeggen hetwelk een origineel was en dewelke werden nagebouwd. Alles ouder dan 60 jaar is hier écht geschiedenis.

Bij de slaapkamer vertelde Ed over hoe primitief een president hier kon leven, en vroeg half retorisch of een moderne president hier nog zou willen logeren. Dat was een gewaagde vraag, waarop een vrouw uit de groep tussen haar tanden zei “Well, not our current one for sure”. Voilà, moesten wij het niet zeggen ☺.

Op het einde van de tour vroeg Ed wat ons naar hier bracht. Toen ik zei dat het onze huwelijksreis was, kon zijn pret al helemaal niet meer op, samen met de “oehs” en de “ahs” van de groep. We kregen nog een handdruk van Ed, hij vond het een hele eer ons te mogen rondleiden. Wel leuk! Ook het verhaal van hen als koppel, hij begon zijn rondleiding met te vertellen dat hij een goed leven had gehad, dankzij zijn land, en dat hij het nu het moment vond om wat terug te doen. Vandaar de rondleidingen, het ene jaar in de Outer Banks, het andere jaar hier.

Bij het weggaan wou hij per sé dat we nog passeerden bij zijn vrouw, die zou ons op weg helpen voor de rest van de trail. En dat deed ze ook, we kregen een kaartje mee, wat wel handig bleek te zijn op het stuk terug. Ze was ondertussen gebrieft dat het onze huwelijksreis was, en vond dat ook zichtbaar geweldig. Ik vroeg wat verder over hen, zij blijven blijkbaar voor de zomer in Rapidan Camp, alleen te bereiken via een wandeltocht, of via een zeer ruig 4x4-pad, waarvoor ze een SUV kregen van de Park Service om er te geraken. Ze waren beiden erg dankbaar dat ze dit mochten doen. Ze zei wel dat veel mensen de eenzaamheid niet aankunnen, en dat kan ik me wel voorstellen (de zin kwam ook recht uit “The Shining” eigenlijk, het leek wel alsof er eerder rangers helemaal zijn doorgeslagen ;)).

De rest van de trail was nog een 8 kilometer, en was beduidend zwaarder dan het eerste stuk. Het ging bij momenten steil omhoog, op een rotsig pad. Op dat stuk kwamen we een koppel tegen waarmee David had staan mee babbelen op de parking (zonder mij, ik was mijn schoenen aan het aandoen). Hij vroeg of we van Vlaanderen of Wallonië waren, en toen hij Vlaanderen hoorde, zei hij “Bonjour”. Hij had 1 kans op 2 he, niet erg ;). Toen hij hoorde dat we de Outer Banks hadden gedaan, vond hij dat great. David, in al zijn eerlijkheid, zei blijkbaar “Well, we did not like it”. Eerlijk is eerlijk ;). De man begreep het wel, maar volgens hem moet je er overnachten om een andere indruk te krijgen, wat dan weer geweldig duur is… Hij nam het ons duidelijk niet kwalijk, want hij wist nog goed dat we van Gent waren, en dat we het land van Stella Artois zijn.

Eens terug op de Appalachian trail, de laatste 2,6 mijl van de trip, ging het na het eerste stuk, gelukkig terug glooiender, maar het zat toch al in de benen. Na 3u22 stappen kwamen we terug aan op de parking. Leuke hike, met een leuke onderbreking.


Na een korte rustpauze gingen we naar Big Meadows. David was de repen als maaltijd beu, en wilde eens “echt” eten. Bij Big Meadows zouden we het niet vinden blijkbaar, maar er was wel een leuke interactieve tentoonstelling over het ontstaan van het park. Het werd in 1935 ingewijd door Roosevelt, die het ook hielp opbouwen, net zoals de hele Blue Ridge Parkway en de Great Smoky Mountains door de CCC, een organisatie die jonge mannen aan werk hielp in tijden van economische crisis. Zij bouwden de wegen, de trails, en ook Skyland, het resort waar we vanavond overnachten. Het is op zich een ongelooflijk project geweest, wat zij allemaal hebben opgebouwd tussen 1933 en 1940…

De zoektocht naar echt eten ging verder, we reden naar Skyland dan maar, 9 mijl verderop. Daar checkten we eerst in in het hotel, en ernaast was een koffiebar waar je sandwiches kon kopen. We namen er elk eentje, en het heeft echt gesmaakt!

Vanavond hebben we een kamer met een uitzicht op de vallei, leuk. Alleen spijtig dat er wat bomen in de weg staan voor ononderbroken zicht, die bomen zouden ze bij nader inzien wel mogen kappen ;).


Het avondeten was in de dining room van de lodge, waar het gezellig druk was (omwille van het lange weekend met labor day). David nam de stoofpot, ik nam de gestoofde kip. Het was echt lekker. De dienster was een mevrouw die op haar leeftijd eigenlijk aan haar haard had moeten genieten met een kat op haar schoot, we hadden half met haar te doen. Je weet nooit of het uit vrije wil is of niet, maar laten we hopen van wel…

Morgen staat nog een kleine hike op het programma rond bear fence, een half klimpad. Vanaf daar rijden we het park uit, en laten we de natuur achter ons.

zaterdag 2 september 2017

Zaterdag 2 september: Lynchburg (VA) – Harrisonburg (VA)

Het zou maar raar geweest zijn mocht het vandaag mooi weer zijn geworden. En inderdaad, dat werd het ook niet. Eigenlijk had ik het ongepast gevonden als vandaag de zon had geschenen: we zijn de Blue Ridge Parkway in de mist begonnen, en we zijn hem ook zo geëindigd.

Vanochtend begon met een charmant ontbijt in onze lodge. De man van gisteren – die effectief de eigenaar is van het pand – zat aan de bar van zijn ontbijtruimte, en zei vriendelijk goeiedag toen hij ons zag. Hij nam een foto van ons die hij doorstuurde naar zijn vrouw – hij had blijkbaar al reclame gemaakt dat er een tof koppel logeerde (zijn woorden, niet die van ons ;)).

Hij raakte aan de praat met David toen ik even geld ging wisselen, hij wou naar Europa reizen voor een maand als hij de tent een maand zou kunnen sluiten. David gaf tips over Gent, die hij spontaan begon te googelen. Hij was helemaal euforisch over het Gravensteen, en over de Graslei. David raadde hem dan ook maar gelijk aan Brugge links te laten liggen en voor Gent te gaan als hij ooit de keuze had.

Toen ik terug was, vertelde hij over een milieuproject dat hij had opgestart en waarvoor ze subsidies hadden gekregen van de staat. Het klonk voor ons normaal – sorteren van plastic en ander recycleerbaar materiaal – maar in Lynchburg is het blijkbaar revolutionair.

Het meisje van het ontbijt was al even vriendelijk, en vond het geweldig dat we voor de huwelijksreis tot in Lynchburg waren gekomen. Ze vond het al even geweldig dat we al zoveel van de VS hadden gezien, inclusief Californië, duidelijk haar bestemming met stip.

Hartverwarmende overnachting, het bed was trouwens even goed als thuis, dus was het zalig slapen.


Iets later dan gepland, om 10u30, gingen we op pad, in de mist en druilerige regen.

De eerste stop van de dag was de Otter Lake trail, 1,6 mijl om op te warmen. Het was een leuke trail, het leek eerst enkel rond een meer te gaan, maar het ging uiteindelijk ook nog redelijk het bos in. Na 29 minuten waren we terug bij de auto, klaar voor de volgende ☺.


De volgende trail was er eentje aan White Rocks Gap, voor de White Rock Falls Trail. De meningen over de afstand liepen uiteen van gps tot gps, de mijne zei 10 kilometer, die van David 8. Het zal spijtig genoeg wel 8 zijn geweest. Het was een leuke trail, al waren de watervallen zo laat op het jaar niet meer zichtbaar. We moesten meerdere keren een riviertje oversteken, en liepen – naar wat ik toch veronderstel – verder in een andere trail, totdat we aan een groot meer uitkwamen. Dat kon je van ver horen, er waren kinderen aan het vissen.
Het weer bleef voor de verandering mistig, maar dat had wel wat in het bos. Echt nat werden we niet, al vielen er door de wind soms wel dikke druppels van de bladeren naar beneden.
Het eerste deel van de trail ging bergaf, dus dat wilde zeggen dat we dat ook terug omhoog moesten wandelen op het eind. Hoewel het lastig was, viel het al bij al nog goed mee.
Ook deze trail liepen we uit op recordtempo: 2u09.


Om half vijf waren we klaar met wandelen en begonnen we aan de laatste 18 mijl van de Parkway. David meldde nu dat hij de Parkway zou missen. Het kan verkeren ;).

Op dat laatste stuk kwamen we wel ineens het meeste wildife tegen van de hele tocht: 3 herten die de weg overstaken, 1 ervan in de andere richting dan de andere twee. Het zijn schichtige dieren, ze waren zo weer het bos in.

We namen nog een foto aan de start van de Parkway, en zijn hem effectief geëindigd in regen en mist. Heel toepasselijk.

Het laatste stuk naar Harrisonburg was nog een uurtje rijden via de Interstate. Voor het avondmaal kozen we deze keer voor een nieuwe keten, en het is een blijver: Outback Steakhouse. Hele lekkere steaks, lekker gekruid, met gewoon groentjes en een aardappel uit de oven. Prima! En o ja, cocktails waar je echt de margarita in proefde en lekkere wijn ☺.

Morgen is het plan echt vroeger op te staan, door het slechte weer hebben we minder gezien van de Parkway en de natuur dan we hadden gehoopt. We zullen voor de foto’s van de viewpoints beroep moeten doen op foto’s van Google en de foto’s van Louisa en Valerie, want voor ons zag elk uitkijkpunt er hetzelfde uit. Het had wat, daar niet van.


Morgen belooft het wel terug goed weer te worden, dus gaan we ervoor in Shenandoah NP! Er staat een langere hike op het programma, 7.4 mijl om precies te zijn!

vrijdag 1 september 2017

Vrijdag 1 september: Blowing Rock (NC) – Lynchburg (VA)

The Weather Channel had het niet verkeerd voor: vandaag was amper beter. Tijdens het ontbijt stond het kanaal op, en daar wisten ze te melden dat het slechte weer dat ook “The Carolinas” treft, uitlopers zijn van Harvey. Toen we dat hoorden, wisten we dat er weinig verbetering in zou zitten vandaag…

We stonden op met een plensbui, en verlieten Blowing Rock en de charmante Inn eveneens in plensbuien en mist. Na een mijl of 15 op de Blue Ridge Parkway, volledig in de mist en pletsende regen, besloten we ervan af te gaan. Dit had geen zin, je zag geen klop, elk uitkijkpunt zat in een dikke mist verheven en wandelen was al helemaal geen optie. Jammer, maar het is niet anders. Het is op zich wel opmerkelijk, 2 dagen geleden zwommen we nog in een zwembad aan 32 graden, nu is het amper 10 graden geweest met momenten.

Vanaf Roanoke, 160 mijl verder, zouden we terug aansluiten op de Blue Ridge Parkway, voor de laatste 50 mijl naar Lynchburg. Door via de Interstate te gaan wonnen we minstens een uur, en door af te dalen werd ook de mist minder. De regen daarentegen was hetzelfde.

Dunkin’ David (de eerlijkheid gebiedt me Jurgen te vermelden als bron voor deze bijnaam ;)) had even geen zin in donuts vandaag, dan werd het maar de Subway in de plaats. Het belette hem niet wild te worden van elke reclame voor Dunkin’, maar telkens zei hij “Neenee, vandaag niet”.

Van zodra de Parkway terug in zicht kwam, werd het weer slechter en mistiger. Het leek ons niet gezind vandaag te kunnen wandelen. Hoewel we er echt aan toe waren, de hele dag in de auto zitten en zo geconcentreerd rijden, daar word je pas suf van. We zouden het toch proberen verderop.

De eerste stop was een visitor center net voorbij Roanoke, bij Explore Park. De man was ontzettend behulpzaam, en wou ons allerlei kaarten meegeven (ook al hadden we er al een paar). Toen hij hoorde dat we een stuk (hij moest eens weten hoe weinig ;)) van de Appalachian trail hadden afgelopen, kregen we ook daar onmiddellijk de volledige kaart van mee. Dat is leuk voor David om bij te houden ;). Hij heeft hem in de auto even bekeken en de eerste reactie was “amai, dat is lang”. Tja ;)… Toen de man verder hoorde dat we van België waren, kregen we er ook nog een sticker bovenop, van de Blue Ridge Parkway voor Virginia. Leuk ;).

Het weer was ondertussen iets verbeterd, dus beslisten we toch de gok te wagen en te wandelen, zij het kortere afstandjes, zodat we steeds terug konden naar de auto. De eerste was de elk run trail, 0,8 mijl, een 20-tal minuutjes stappen. Het pad was leuk gedaan, met om de 10 meter uitleg over hoe bossen ontstaan, en hoeveel wildlife er wel niet is (hoewel onze teller voor het spotten van wildlife spijtig genoeg laag blijft: een worm (maar wel een wreed dikke ;) en het achterste van een hert. Het zijn dingen die vorig jaar niet eens het reisverslag zouden hebben gehaald, maar andere streken, andere ijkpunten…).

De volgende trail was 1,6 mijl, de Fallingwater cascades trail. Die ging eerst bergaf, om aan een riviertje uit te komen, met als je goed keek een watervalletje, maar het stortende water is vooral in het voorjaar. Niet erg, het was verder een leuk pad om af te lopen. Halverwege het pad begon het te gieten, écht halverwege. We hadden uitgerekend dat we er 50 minuten over zouden doen, en het begon te regenen na 30 minuten. Eerst gieten, maar doordat we daarna terug in bos liepen, merkten we er gelukkig minder van. Na 45 minuten waren we terug aan de auto, klam, maar niet doorweekt. En blij dat we toch nog hebben kunnen bewegen vandaag…


Om 17u50 vertrokken we van de parking, naar Lynchburg. We besloten eerst te gaan eten, na lang overleg en heroverwegen werd het opnieuw de Olive Garden. Ik heb me deze keer laten gaan met de Tour of Italy, David nam de chicken alfredo. Calorierijke maaltijden, zo bleek achteraf, morgen doen we het beter ;).

Het hotel vandaag is de Acorn Hill Lodge and Spa, en zo ontzettend spijtig dat we hier zo laat zijn aangekomen (20u30). De man was uitermate vriendelijk bij het inchecken, en wou ons zelfs helpen met de bagage. De kamer, de executive suite, is weer ontzettend groot, en ons bed was versierd met rozenblaadjes. Daar stopte het niet, er stond cider in de frigo, en koekjes met wat fruit. In de badkamer lag tenslotte nog een “Mr & Mrs” handdoekje. Zo schattig allemaal, dit is de leukste verrassing tot nu toe. Dat zijn we ook even gaan zeggen aan de man, en dat vond hij zichtbaar leuk (hij had zelf het bed versierd zei hij).

Er was ook een speelruimte, waar een pooltafel bleek te staan. De man excuseerde zich voor de reconstructies die hij aan het doen was, maar het kon gebruikt worden. Meer moest dat niet zijn, de pooltafel was gratis, hij had blijkbaar eigenhandig een betalende pooltafel omgebouwd tot een gratis versie. Vernuftig gedaan om dat systeem te omzeilen ☺. De stand was 3 – 0 in mijn voordeel, maar dat doet er verder niet toe, al geef ik het graag mee natuurlijk ;).

Vanaf nu staan alleen nog ketenhotels op het programma, en na 3 niet-ketens op rij gaan we het toch een beetje missen, die persoonlijkere aanpak. Morgen moeten we minder kilometers malen, en hopelijk zit het weer eindelijk nog eens mee, zodat we langer kunnen wandelen.

O ja, eergisteren lag ik toch in een deuk met een uitspraak van David. Hij laat het plannen volledig aan mij over, en dat komt soms wel eens naar boven. Hoewel ik hem had gebrieft over dat we de Blue Ridge Parkway zouden afrijden, zei hij eergisteren, nadat we 40 mijl van de 481 mijl hadden afgereden: “Ja, maar die Blue Ridge Parkway, die heb ik nu wel gezien hoor, dat hoeft niet meer”. Tja, spijtig dat dit het thema zou zijn van de volgende dagen ☺. Ik steek hem deze uitspraak nu slechts een keer of 2 per dag door ;).



donderdag 31 augustus 2017

Donderdag 31 augustus: Pigeon Forge (TN) – Blowing Rock (NC)

Vandaag werd noodgedwongen een rijdag, het leek alsof de uitlopers van Harvey vandaag de Smokies hadden bereikt. In Pigeon Forge begon het nog droog, en dat bleef het nog enigszins de hele tijd in Tennessee.

We wilden niet dezelfde weg terug nemen door het nationaal park, maar namen een parallelweg, waardoor we iets langer in Tennessee reden, alvorens we terugkeerden naar North Carolina. Dit deel van Tennessee is niet onaardig, heuvelachtig, en steeds de Smokies in het zicht.

Bij de terugkomst in Asheville werd David wild van een aankondiging van een Dunkin’ Donuts vestiging, dus stopten we daar voor het middageten. We namen 2 donuts, maar ze vielen vreselijk tegen deze keer. Er zat een soort kaneelsmaak aan het deeg, en dan haak ik af. Heel gek, ze zagen er ook helemaal niet lekker uit. Goed dat dit niet de eerste stop was bij de keten, anders waren we er nooit meer gestopt ;). De donut zou – ook al had ik maar 1 hapje op – nog de hele middag opspelen in mijn maag. Dit was geen succes…

Na Asheville pikten we terug aan op de Blue Ridge Parkway, maar deze keer richting noorden. Op dat moment werd het heel mistig en begon het met momenten hard te regenen. We hadden meerdere stops ingepland: Mount Mitchell State Park, Linville Falls en wat viewpoints, maar niets daarvan was mogelijk. Ofwel omwille van de mist, als je op bepaalde plaatsen geen 5 meter voor je zag, heeft het al helemaal geen zin naar een uitkijkpunt te rijden, ofwel kwam de regen met bakken uit de lucht… Echt jammer…


Ook Blowing Rock is echt een leuk stadje, evenals ons hotel, maar door de regen hebben we er niet veel van gezien.

Om 15u30 checkten we in de gietende regen in bij de Village Inn. De dame zei dat we een upgrade hadden gekregen naar één van de cottages. Omdat het bleef gieten, bleven we in de lobby schuilen, en namen alvast alle info over de restaurants in het stadje door. Er waren meerdere opties, en we konden niet kiezen. Vanaf 16u30 was het happy hour met wijn en kaas, daar keerden we natuurlijk voor terug nadat we onze cottage hadden geïnspecteerd ;). De cottage is een ongelooflijke meevaller, we hebben een heuse living, keuken, en slaapkamer, én een fles wijn aangeboden omwille van onze huwelijksreis. Weeral een leuke verrassing!

We keerden dus terug naar de lobby voor het happy hour, maar storm liep het niet. Er was behalve onszelf nog 1 ander koppel. Er was keuze uit 1 fles rosé en 2 flessen rode wijn, allemaal heel lekker. Daarnaast waren er crackers, en stukjes kaas. Zo jammer dat dit zo weinig aantrok had, het was schattig gedaan…

Omdat we nog niet veel bewogen hadden vandaag, besloten we te wandelen naar het restaurant, op Main Street. Na een tiental minuutjes kwamen we aan op Main Street. De keuze viel op de Speckled Trout. Het menu was niet zo uitgebreid als gedacht. David nam de hamburger met een koolsalade, ik nam de Chickin’ dumplings. Dat bleek een soort dikke stoofpot van kip, met dumplings van aardappelen en groenten. Lekker, maar ik zou het niet opnieuw bestellen ;).

We liepen via een omweg terug naar het hotel, wat David toch wel tegenstak (al was moeilijk uit te maken waarom: hij wou bewegen, maar wou blijkbaar niet bergop lopen, wat niet evident is in bergachtig landschap).

Morgen voorspelt het weer niet veel beter te worden, hopelijk heeft the Weather Channel het mis!

woensdag 30 augustus 2017

Woensdag 30 augustus: Great Smoky Mountains NP

We hebben de Appalachian trail afgelopen!! Allez, ’t is te zeggen: 3,4 mijl van de 2190 mijl, maar toch ;)…

De dag begon met een stralende zon. Om 10u gingen we, na een even lekker gratis ontbijt als gisteren, op pad richting het NP. We hadden niet echt een plan vandaag, gewoon wat wandelen waar het ons leuk leek dat te doen. De eerste stop, Alum Cave, een aanrader van de medewerkster van gisteren, was heel druk bezet op de parking, dus sloegen we die maar over. De volgende stop was een bekende, op de staatgrenzen waar gisteren de Japanners in rij voor stonden. Maar op die parking leek ook de Appalachian Trail te kruisen. Voor David heeft die trail een ongelooflijke aantrekkingskracht, en het lijkt hem geweldig die volledig af te lopen. Als kersverse echtgenote schijn ik mijn man te moeten steunen in al zijn ondernemingen, wat ik ook zal doen (al heb ik binnensmonds mijn bedenkingen ;)).

De eerste stop op dit stuk van de Appalachian trail, Indian Pounds, was 1,7 mijl verderop. Dat zag ik nog net zitten, dus begonnen we aan de trip. Het viel weer niet mee qua hoogteverschillen, na een korte daling ging het eigenlijk weer voornamelijk bergop. Onderweg kwamen we 2 oudere vrouwtjes tegen, eentje daarvan was erg kranig, leek mij 80 te zijn, maar stond hier toch maar mooi een trail af te wandelen. Ik hoop dat dit ons ook gegund zal zijn binnen 40 jaar… Na een 50-tal minuten bereikten we de Indian Pounds, wat eigenlijk een parkeerplaats was op weg naar het hoogste punt van het park, zo zou later blijken. De aansluitende trails waren afgesloten wegens branden en stormschade, dus moesten we terugkeren (jammer ;)). David opperde nog even om terug te liften naar de startplaats, maar dat zouden we niet doen ;). We zetten de terugweg aan, en kwamen na 1u37 terug aan bij de start. Onderweg kwamen we opnieuw diezelfde vrouwtjes tegen trouwens ☺.

Op de parking begon het te druppelen, maar de grote stortbuien die waren voorspeld bleven vooralsnog uit. Hierna ging de autotocht verder naar Clingmans Dome, het hoogste punt in het park, op 6644 voet. Het laatste stuk, een halve mijl vanaf de parking, was een betonnen uitkijkpunt. Vanwege de brand en stormschade is het uitkijkpunt echter vorige week afgesloten voor herstellingswerken, dus die konden we niet doen. Op dit uitkijkpunt deden “The Smokies” trouwens hun eer aan, de hele vallei zat in een dikke mist.

Bij het afdalen stopten we bij de nature trail, een 650 meter lange loop. Als ik de waarschuwingen serieus had genomen (zeer steile hellingen, tot wel 12%, nauwe paden), waren we er niet aan begonnen. Maar volgens het krantje, wat David aan me voorlas op de weg ernaartoe, leek het wel de moeite waard. En dat was het ook! Het was een sprookjesachtig stuk, we vonden het beiden spijtig dat deze trail maar 10 minuten duurde, hier hadden we veel langer in willen rondlopen. Het deed denken aan onze memorabele tocht in Glacier NP, met een al even sprookjesachtig landschap.

Na deze trail ging het richting visitor center. Daar speelden ze een film van 20 minuten over het ontstaan van het park. Het is op zich wel apart, vroeger was dit allemaal privébezit en werd het landschap kaal geplukt door boomkapperijen. Tot men gelukkig inzag dat dit een speciaal stukje natuur was dat beschermd moest worden.

In tegenstelling tot de Rockies en de parken in het Westen, lijken ze hier heel chill om te gaan met beren. Het heeft waarschijnlijk ook te maken dat er hier geen grizzlies zijn, en dat een zwarte beer eigenlijk gewoon bang is. Toen we er gisteren naar vroegen in het andere visitor center, zei de vrouw gewoon “hou je afstand, hij is even bang”. In dit visitor center lijken mensen ook effectief op zoek te gaan om bewust een beer tegen te komen. In het Westen lijkt het gekkenwerk om zonder bear spray op stap te gaan, krijg je korte lessen in wat je moet doen als je een beer tegenkomt (in het geval van een zwarte: doen alsof je dood bent, in het geval van een grizzly: terugvechten. Lijkt me nog steeds niet evident omdat je dit in 2 seconden moet beslissen, en zwarte beren ook net zo goed bruin kunnen zijn, en verdacht veel op grizzlies lijken dan…). Niets van dit hier, heel chill, “hou afstand”.

Bij het terugrijden naar Pigeon Forge namen we deze keer niet de omweg om Gatlinburg te vermijden, maar reden we er dwars door. Op het eerste zicht leek het beter dan Pigeon Forge, maar bij nader inzien toch niet ;). Het is leuker gedaan, de gevels zijn authentieker, maar het is dezelfde rij hotels, restaurants en souvenir shops. In Pigeon Forge besloten we de hele Parkway af te rijden, om ons eens te vergapen aan alles wat op dit stuk baan te vinden was. En dat was nogal wat: om te beginnen, gelukkig voor David een Dunkin’ Donuts ;). Maar verder ook Dollywood (een pretpark van Dolly Parton), een Titanic-replica, inclusief ijsberg, een omgekeerd Witte Huis, King Kong op de Empire State building, Mount Rushmore, maar dan met 4 bekende Amerikanen, talloze kartbanen met om ter meest niveau’s en spectactulaire tracks, all you can eat buffetten, het was gewoon niet bij te houden qua wansmaak…

Voor het avondeten viel de keuze op Olive Garden, één van onze favorieten van vorig jaar. David nam tortellini met champigons, samen met een Limoncello cocktail, ik nam een glas Pinot Gris met de pasta scampi. De lookbroodjes en salade krijg je hier steeds gratis, vooral die lookbroodjes zijn geweldig lekker!!

Ondertussen is het sinds 18u onophoudelijk aan het regenen, en dat zal het spijtig genoeg nog een aantal dagen doen. Maar dat houdt ons niet tegen om voor morgen terug wandelingen in te plannen!