Zaterdag 4 oktober: Ushuaia
Wat een gevulde fantastische (koude) dag! Starten deden we met - hoe kan het ook anders - ontbijt in het hotel. Het was de afgelopen dagen al goed, deze overtrof het nog net dat ietsje meer, met nog een extra uitgebreide kaart eieren en pannenkoeken en wafels.
De gids kwam ons om 8u20 ophalen, Santiago vandaag. Hij reed zoals zijn collega Mathias van gisteren in een Toyota 4x4, die het geluid maakte van een ambulance, t is te zeggen, met iets in zijn ophanging. Het leek alsof er de hele tijd hulpdiensten in ons zog reden, nog zo veilig ;).
15 minuten later stopten we aan het hotel van Pierre, een Zwitserse man die alleen reisde, en ook deze trip had geboekt. Hij was best sympathiek en had zo de goede mix van afstand houden en toch tegelijk sociaal zijn :). Hij vertrok op de middag voor een 4-daagse cruise, maar wel eentje die niet zo decadent is als wat je je voorstelt bij cruises. Het zou me ook nog wat zeggen, ik ga het eens opzoeken, maar pas na de vakantie ;).
We gingen via Route 3, de route die stopt op het meest zuidelijk met de auto bereikbare punt, het nationaal park Tierra del Fuego binnen. In dit park eindigt de route ook. De eerste stop was aan Lago Roca, waar we een korte wandeling van 3km maakten, halverwege opgevrolijkt door koffie/thee met beenharde koekjes.
Santiago wist veel, en wilde dat ook graag met ons delen. Over de bergen, planten, bomen, wildlife (niet veel, en al zeker geen gevaarlijke). Hij had een interessant verhaal over de bevers, die hier naartoe geïmporteerd zijn. Men had namelijk gedacht die te kunnen kweken voor hun vacht, net zoals dat destijds in Canada ook gebeurde, alleen was het klimaat hier te mild (daar wil ik nog wel een boom over opzetten, maar goed, voor bevers was het klimaat dus te mild ;)). Door het mildere klimaat werd hun vacht echter minder dik, waardoor het niet interessant was om ze daarvoor te slachten. Dus werden ze in leven gelaten en hadden de bevers vrij spel. Bevers maken dammen, ook ter bescherming van natuurlijke vijanden. Wat die bevers echter niet weten (en iemand zou hen dat toch eens moeten duidelijk maken ;)) is dat ze in Ushuaia eigenlijk helemaal geen vijanden hebben, dus is heel dat dambouwen redelijk nutteloos. En bovendien nog schadelijk voor de natuur. Gevolg: veel te veel bevers, die bomen blijven aanvreten voor hun dammen…
Vervolgens ging het naar het echte eindpunt van de Route 3, ook zo aangegeven door een bord. Voor ons was het wel speciaal, omdat we nu zowel in het noorden ter hoogte van Fairbanks hebben gestaan, als nu zowel in het Zuiden. In principe kan je die hele route afrijden, als je 17.000 km ziet zitten natuurlijk. Santiago liep hier een deel met ons mee, om vervolgens terug te keren naar de auto, zodat hij ons kon komen ophalen op het eindpunt van deze wandeling. Goed geregeld.
Vier uur later zat onze excursie erop, zetten we Pierre terug af aan zijn hotel, en werden wij bij de pier afgezet. We hadden nog ruim anderhalf uur om te lunchen, voor de boot vertrok voor de volgend excursie. Dat klinkt vermoeiend, maar was het eigenlijk niet ;). We volgden de suggestie van Santiago en gingen naar Ramos Generales El Almacén. Authentiek interieur, met voor David de gevulde pasta met lam, voor mij een groot stuk rob met groenten. En terwijl ik even niet aan het opletten was bestelde David er nog een appeltaart bij. De desserts waren gigantisch, van de meeste kon ik gemakkelijk 3 dagen eten. Dan was dat appeltaartje nog het minst grote van alles.
Klokslag 15u vertrokken we met de boot, we zouden naar een vuurtoren varen, en onderweg ook nog een korte wandeling doen op een onbewoond eiland. Juan, de gids van deze tour, wist eveneens heel veel, en wilde dat ook heel graag met ons delen. De nadruk lag op de geografische ligging van Ushuaia, de kunstmatige grens (die een meridiaan volgt) met Chili, de verschillende gebergtes,…
Juan raadde ons ook aan alles aan te doen wat we van kledij mee hadden, want dat het koud zou zijn. Dat was niet gelogen. Het is vooral de wind die het ijzig maakt, want op zich is 7 graden nu niet ijskoud. En toch voelde het zo.
David was niet te houden, van zodra Juan had verteld dat we het bovendek op konden, was hij al vertrokken (zelfs al was dat in het midden van de uitleg ;)). Ik wilde aan het begin van de trip niet té hoogmoedig gaan doen, dus bleef ik binnen zitten om dan misschien later toch even naar buiten te gaan.
Varend op dit “kanaal” werd het duidelijk: dit zou mooi worden, het landschap is nu niet bepaald vervelend. Enerzijds de hogere en spitsere toppen van de Argentijnse bergen, aan de andere kant die meer glooiende bergen van Chili. Juan had verder geen kwaad woord over Chili te vertellen, het was eerder een neutrale vergelijking van A met B (of C, in dit geval eerder toepasselijk ;)).
Halverwege de 4 uur (dat is effectief na 2 uur varen ;)) kwamen we aan bij waar het allemaal om te doen was: een vuurtoren met eronder slapende (stinkende) zeeleeeuwen. Rond dat eiland waren we niet alleen, zeker niet. Er cirkelden grote catamarans en andere boten rond. Maar de onze was kleiner, waardoor we toch dichter konden varen dan de andere. Dat was het toffe eraan, de kapitein was er zo behendig in dat hij ons haast aan de over kon stationeren. Het was echt de moeite, én we hadden geluk, want tussen al die roepende en stinkende zeeleeuwen was er zowaar ook een zee-olifant. Dat is eerder uitzonderlijk, vertelde Juan ons. Nu ja, als hij het ons niet had gezegd, dan hadden wij gewoon naar een “heel grote zeeleeuw” staan kijken ;). Dat beest verschilde niet zoveel van een zeeleeuw, alleen was hij 4 keer zo groot. Een erg groot en lomp dier eigenlijk.
Na toch een dik half uur rond dat eiland dobberen ging het terug naar af. Doordat we nu tegenwind hadden, was de zee een stuk ruiger geworden, met golven die tot ver boven de kabine heen kwamen. De paar waaghalzen die in deze omstandigheden nog op het dek stonden, waren nu wel ineens gezegd met een pak zeewater.
Na nog een laatste stop langs het onbewoond eiland, waar we stopten omwille van de speciale vegetatie rond rotsen, die met slechts 1 mm per jaar groeit. Je mocht eraan komen, maar ze niet vertrappelen. In tegenstelling tot wat je zou verwachten, waren die bulten erg hard, en. volgens Juan was dat nodig om tegen de wind en ruige omstandigheden te kunnen (ze hebben rostsen, wind en koud weer nodig, ideaal ;)).
Tegen 18.45 waren we terug in de haven. Het einde van een prachtige en gevarieerde dag, maar ook eentje waardoor we toch even moesten bij warmen in het hotel.
Voor het avondeten gingen we langs bij één van de suggesties van Juan: La Cantina de Freddy. David koos de zwarte merluza (ik moet hem gezien mijn nickname ook zeker nog eens bestellen ;)), een specialiteit van de streek, ik ging voor de risotto met seafood). Lekker was het wel, maar wel al een pak minder goedkoop dan in Buenos Aires.
Restte ons nog een Uber te nemen tot ons hotel, op te warmen en dit verslag te schrijven ;).
Morgen is een “vrije dag”, we gaan de trail doen naar Esmeralda Lake, een op papier “gemiddelde” route van 9km. Maar eerst slapen, en dat iets langer dan vanochtend :).
![]() |
| Argentijnse toppen |
![]() |
| Groene bulten |
![]() |
| Van gratis koekjes word ik blij |
![]() |
| Schooien voor churros |
![]() |
| Ook op vakantie ziet David toekomstige werkjes voor mij: dit maken voor thuis (makkelijk volgens hem ;)) |


















Geen opmerkingen:
Een reactie posten