Die quetzal is best een toffe vogel ;). We hebben er niet 1, maar zowaar 3 gezien. Zelfs onze gids, Raul, was er van onder de indruk. De kers op de taart, een vrouwtje, hebben we uiteindelijk niet gespot, maar wel nog een nest andere vogels, én een coyote. Dat is zowaar nog lastiger te spotten dan een quetzal.
Om 4u45 ging de wekker. Ik had redelijk goed geslapen, mijn reisgenoot zag er minder vrolijk uit vanochtend en had naar eigen zeggen barslecht geslapen. Komt daar nog bij dat hij sowieso al niet enthousiast was over het belachelijke uur om een bij nader inzien toch wel kleine vogel te spotten.
Aan de receptie stonden we nog met wat andere vogelaars bij 10 graden klaar om opgehaald worden door de gidsen. Wij hadden dus Raul, en ook nog eens privé. Hij had niet de coolste wagen van de bende, maar hij was wel de rustigste en deed het echt goed. Quetzals moet je spotten voor de zon in de vallei komt, en dat is rond 6u30. Quetzals haten namelijk de zon, het verandert de kleuren van hun vacht waardoor ze makkelijker opvallen als prooi. Dan is dat ook ineens uitgeklaard, dat ze het niet doen om toeristen te pesten ;).
Het doel was om naar een aantal plekken te rijden waar we de meeste kans hadden, en dan te wachten op de quetzal (als hij al komt). Ze zijn vaak te vinden rond avocadobomen, een kleinere soort dan die die wij eten. Na 5 minuten rijden en 5 minuten wachten was hij daar al! Raul had hem als eerste gespot, en wij hebben hem uiteindelijk ook heel lang en goed kunnen bewonderen, getuige de 43 foto’s die hij maakte voor ons. Al snel kwamen de andere gidsen af met hun groepen, maar niet iedereen had hem gezien. Raul was blij, want we hadden de lat redelijk hoog gelegd voor hem bij de start, toen we vertelden dat we énkel voor die vogel naar San Gerardo de Dota waren gekomen. Om 5u30 was die stress dus al voorbij. Alles wat erna kwam was bonus. Een beetje verder spotten we nog een quetzal, een mannetje dat nog geen staart had ontwikkeld. Tegen november, de paartijd, zal hij er wel eentje moeten hebben als hij wil scoren. Gelukkig had hij volgens Raul nog tijd. Nog een beetje verder was het opnieuw prijs, opnieuw een mannetje. Die zat wel wat meer verstopt.
Quetzals zijn trouwens conflictvermijders, elke energie die niet naar het groeien van hun staart gaat, is verloren energie, dus mijden ze elkaar constant. Dat was ook de reden waarom we ze telkens op aparte locaties zagen.
Tussen de stops kwamen we ook nog te weten dat Raul effectief in het dorp woont, dat het soms té stil kan zijn, en dat het 2 uur rijden is naar de dichtstbijzijnde supermarkt. Dat zou dus niet echt werken voor mij, omdat ik altijd wel iets vergeet. Hij vertelde ook nog over de levensduurte, volgens hem ook veroorzaakt door de gentrificatie in het hele land. Dat is een neveneffect van toerisme, wat cruciaal is voor Costa Rica, maar wat er ook voor zorgt dat het ook allemaal duurder wordt voor de gewone mens. Desondanks zei hij wel dat de levensstandaard hoger ligt dan in de omringende landen, ook net door dat toerisme.
Verder ging het ook nog over een interessant verschil in vogelgedrag: bij ons in Europa zijn vogels veel banger. Dat komt volgens hem omdat er in Centraal Amerika nooit echt werd gejaagd op vogels. Integendeel, de quetzal was eerder een heilige vogel en werd beschermd. Dat kruipt in de genen van de vogels, of ze al dan niet schrik moeten hebben van mensen, en het kan honderden jaren duren voor dat er genetisch zou uitgaan.
Rond 6u50 zat de tour erop, we hebben de vogel gezien waarvoor we kwamen, dus heel blij. Het is een vogel met een heel schattige kop, zo’n beetje een net-uit-bed-kapsel, ik heb het daar wel voor ;).
Tegen dan konden we ook ineens doorlopen naar het ontbijt. Voor de verandering eens een buffet, waarbij voor mij vooral de suikerwafeltjes eruit staken. Tegen half negen waren we klaar en konden we uitchecken.
Ondertussen begon het ook lekker warm te worden door de zon, zo’n 18 graden schat ik. We hadden de hele ochtend geluk met het weer, want de hemel was volledig open al sinds de ochtend. Anders was de kans op de quetzal sowieso minder geweest. Het hele domein had wel wat (daar was mijn reisgenoot het niet zo mee eens), het was mooi aangelegd, en overal zag je vogeltjes. Maar het was niet ideaal geweest hier nog langer te blijven, sowieso.
De 117km lange rit bracht ons langs de bergruggen terug naar 3000 meter, om vervolgens af te dalen via Carthago, dwars door San José, om uiteindelijk in Alajuela uit te komen, het dorp waar het Xandari resort ligt. Het verstedelijkte stuk was interessant om te zien, maar niet echt iets om voor uit te stappen. Tegen half twaalf konden we inchecken, en we hadden geluk dat de kamer ook ineens klaar was.
Het hele resort is apart ontworpen. Het heeft felle kleuren, elke villa heeft een ander kleurschema, en er is veel gewerkt met organische vormen. Niet echt onze stijl, maar het heeft wel wat en het is consequent doorgetrokken in heel het hotel. Het is door een gerenommeerde Amerikaanse architect en zijn vrouw ontworpen. Het heeft 3 zwembaden verspreid over de locatie, waarvan eentje uitkijkt over de vallei. die is wel de mooiste.
De laatste uren hier kunnen we zo relaxed afsluiten. Ik kon nog een hoofd-en nekmassage boeken in de namiddag, en ervoor en erna konden we nog in 2 plaatselijke restaurants gaan eten die beiden “mirador” in de naam hadden, met uitzicht over dezelfde vallei van San José. We kozen geheel in de trend voor telkens 4 variaties met kip als thema :).
Morgen hebben we nog tijd tot 15u30 alvorens naar de luchthaven te gaan. In de tussentijd gaan we ons niet teveel vermoeien en in het hotel blijven. En vroeg slapen om de jetlag wat te temperen.
De foto’s van vandaag:




































